.
Ik streef naar een inclusieve samenleving.

Toen ik op mijn zeventiende mijn been moest laten amputeren na een heftig auto-ongeluk met een vrachtwagen, was ik zoekende naar wie ik was en hoe ik mij wilde laten zien. Ik droeg een prothese die vooral zo ‘echt’ mogelijk moest lijken, omdat ik niemand kende die hetzelfde had. Maar die Manon ben ik niet meer. Vandaag draag ik mijn zichtbare prothese met trots. Mijn prothese is geen ‘beperking’, maar een kracht.

Ik streef naar een inclusieve samenleving, waarin iedereen voelt dat hij of zij erbij hoort. Zonder uitzonderingen, zonder drempels en zonder ‘beperkingen’ opgelegd door de overheid.

Iedereen zou in Nederland recht moeten hebben op de juiste prothese. Elk kind zou op het schoolplein moeten kunnen rennen, spelen en meedoen. Maar de keiharde waarheid is dat dit niet voor iedereen zo is. Te veel kinderen staan letterlijk aan de kant, omdat een sport- of zwemprothese niet wordt vergoed door de zorgverzekering. Dat is onacceptabel. En dat moet veranderen.

Tijdens mijn revalidatie kwam ik hier voor het eerst echt mee in aanraking. Ik ontdekte hoe oneerlijk het zorgsysteem in Nederland is ingericht en hoeveel mensen dagelijks moeten vechten voor iets wat geen strijd zou mogen zijn. Dat besef werd mijn grootste drijfveer om na mijn ongeluk rechten te gaan studeren. Ik wilde begrijpen waar het misgaat en wat ik kan doen om dit te veranderen. Ik heb mijn scriptie geschreven over dit onderwerp, ben inmiddels afgestudeerd en vastberaden om daadwerkelijk verandering te brengen.